Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door dieren

Op grond van artikel 6:179 BW is de bezitter van een dier aansprakelijk voor door het dier aangerichte schade, tenzij aansprakelijkheid zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad.

Dit artikel betreft een zogenaamde risicoaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid is een vorm van aansprakelijkheid die niet gebaseerd is op schuld of verwijtbaarheid, maar op een bepaalde rol, hoedanigheid of kwaliteit. Risicoaansprakelijkheid houdt in dat men aansprakelijk is voor de schade die een ander lijdt, zonder dat sprake is van schuld of verwijt bij diegene die door de benadeelde wordt aangesproken.

Door een dier aangerichte schade

Wat wordt er nu precies verstaan onder een dier? Het wetsartikel ziet op dieren die door mensen worden gehouden. Wilde dieren vallen hier niet onder. Ook vallen bacterie- en viruskweken niet onder het begrip dieren. Dit betekent natuurlijk niet dat mensen die schade lijden door bacterie- en viruskweken met hun schade blijven zitten, alleen kunnen zij zich niet beroepen op artikel 6:179 BW. Wel kunnen zij een beroep doen op artikel 6:175 BW (aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen).

Aansprakelijkheid krachtens artikel 6:179 BW is gelegen in het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element. Als een dier de aanwijzingen van zijn baas op volgt, dan is er geen sprake van eigen gedragingen van het dier en kan aansprakelijkheid niet op grond van artikel 6:179 BW worden gebaseerd. De aansprakelijkheid wordt dan bijvoorbeeld gebaseerd op artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW is nodig dat de schade is veroorzaakt door de eigen gedraging van het dier, waarbij het dier niet handelt als instrument van de persoon die hem leidt.

Bezitter van het dier is aansprakelijk

De bezitter van het dier is aansprakelijk voor de schade. Zo ook in de uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 19 augustus 2015.

In deze uitspraak is gedaagde eigenaar van een paardenstal. Hier worden paarden en ezels gefokt en gehouden. Op 27 april 2012 is eiseres, destijds 15 jaar, samen met haar tante en haar oudere nicht, die tevens haar paardrij-instructrice is, naar stal van gedaagde gegaan. De nicht van eiseres was voornemens om bij gedaagde twee pony’s aan te schaffen. Ter beoordeling van de wellicht aan te kopen pony’s was het mogelijk om een proefrit te maken. Omdat het de bedoeling was dat ook eiseres op een eventueel geschikte pony zou gaan rijden tijdens de rijlessen, stelde de nicht van eiseres voor dat eiseres een proefrit zou maken. Eiseres is een ervaren ponyrijdster. Zij doet mee aan veel dressuurwedstrijden.

Eiseres is op een van de pony’s gaan zitten en gaan stappen. Op enig moment is de pony gaan galopperen en vervolgens abrupt naar links afgeweken waardoor eiseres van de pony is geworpen. Als gevolg hiervan heeft zij flink letsel opgelopen: heupfractuur rechts, sleutelbeenfactuur links en ribfracturen.

Eiseres stelt gedaagde aansprakelijk op grond van artikel 6:179 BW. De ‘lancering’ van eiseres is het gevolg van de eigen energie van de pony. Er is volgens eiseres geen sprake van eigen schuld. De exoneratie ‘betreden op eigen risico’ heeft eiseres niet gezien en is voorafgaand aan de toestemming om de pony te berijden niet getoond. Bovendien is het beding onredelijk bezwarend en op grond van de wet vernietigbaar.

Gedaagde voert het verweer dat eiseres de pony heeft laten schrikken door te veel been te geven. De pony ging hierdoor steeds harder draven. Eiseres heeft in strijd met de instructies de teugels te strak aangetrokken. De pony ging vervolgens in galop, met als gevolg dat eiseres met haar benen de pony nog meer omklemde. Het gedrag van eiseres heeft ertoe geleid dat ze van de pony is gevallen, en dus niet de eigen energie van de pony. Gedaagde meent dat hij niet aansprakelijk is. Subsidiair voert gedaagde aan dat de zichtbare borden ‘betreden op eigen risico’ een exoneratie inhouden.

Allereerst de exoneratie. Volgens de rechtbank staat niet vast dat eiseres deze tekst heeft kunnen zien. Zelfs als zij de tekst had moeten zien, is een terechte vraag of een 15-jarige de juridische strekking hiervan had moeten begrijpen. De rechtbank beslist dat het beding onredelijk bezwarend is en eiseres zich op de vernietiging van het beding kan beroepen.

Dan de aansprakelijkheid. Volgens de rechtbank is er geen sprake van een overeenkomst op grond waarvan de pony aan eiseres ter beschikking is gesteld in het kader van een onder verantwoordelijk van de eigenaar gegeven paardrijles. Eiseres was aanwezig op de stal van gedaagde omdat haar nicht een afspraak had om pony’s te bekijken om eventueel aan te kopen. De pony is feitelijk tijdelijk aan eiseres toevertrouwd. Gesteld noch gebleken is dat aan eiseres is gezegd dat zij de proefrit moest beperken tot stap en draf. Het feit dat eiseres van hand is gaan veranderen is ook geen ongebruikelijke oefening. Het feit dat de nicht van eiseres aan eiseres voorstelde om een proefrit te maken, maakt dat eiseres zich niet hoefde af te vragen of het eigenlijk wel verantwoord was om op de onervaren jonge pony te gaan rijden, mede in aanmerking genomen haar eigen vaardigheden op het gebied van dressuur. Anderzijds kan, juist door de ervaringen van eiseres, niet worden gezegd dat eiseres niet op de hoogte was van de risico’s die verbonden zijn aan het rijden op een onervaren jonge pony. Deze omstandigheid rechtvaardigt dat het onberekenbare gedrag van de pony, dat immers niet onverwacht is, in zoverre voor risico van eiseres komt en aan haar kan worden toegerekend, zodat de schade deels voor haar rekening moet blijven.

Mede gelet op de aard van de feitelijke situatie, een proefrit in het kader van mogelijke aankoop van een pony door een familielid, bepaalt de rechtbank dat gedaagde voor 67% aansprakelijk is voor het aan eiseres overkomen ongeval en dat 33% voor rekening van eiseres blijft.

De aansprakelijkheid in kwestie is niet gebaseerd op onzorgvuldigheid, maar op het feit dat het risico dat schuilt in de eigen energie van de pony voor rekening van gedaagde komt krachtens artikel 6:179 BW. De door gedaagde in dit verband gevoerde verweren, die inhouden dat geen sprake is van verwijtbaarheid en onzorgvuldigheid van zijn kant, worden door de rechtbank gepasseerd.

Mede-bezitters

Wat als niet alleen gedaagde bezitter was van de pony, maar er ook nog sprake was van een mede-bezitter? De mede-bezitters zijn dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de door het dier aangerichte schade.

Indien het dier wordt gebruikt in de uitoefening van een bedrijft, dan rust de aansprakelijkheid op degene die het bedrijf uitoefent.

De tenzij clausule

Hoe zit het nu met de tenzij clausule. Deze luidt: De bezitter is aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij de gedraging van het dier waardoor de schade werd toegebracht, in zijn macht zou hebben gehad. Wat wordt daarmee bedoeld?

De vraag dient te worden gesteld of de bezitter van het dier aansprakelijk zou zijn geweest op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) wanneer hij de gedraging van het dier in zijn macht zou hebben gehad en bewust zou hebben toegelaten. Indien deze vraag negatief wordt beantwoord, dan is de bezitter ook niet aansprakelijk op basis van artikel 6:179 BW.

Stel dat de pony, terwijl gedaagde niet aanwezig was, uit zijn stal was gebroken en een persoon op stal had aangevallen en verwond. Wanneer gedaagde de pony onder controle zou hebben gehad zou hij waarschijnlijk een beroep op noodweer dan wel noodweerexces doen en niet aansprakelijk zijn op basis van artikel 6:162 BW. In dit geval kan hij ook niet aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 6:179 BW, omdat hij met succes een beroep kan doen op de tenzij clausule.

Hebt u een vraag over dit onderwerp of bent u benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen, bel dan met 0800-8033, stuur een facebookbericht, of stuur e-mail naar info@dehersteladvocaat.nl.