De arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij beroepsziekten

Home / Nieuws / De arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij beroepsziekten

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij beroepsziekten

Op 5 juni jl. oordeelde de rechtbank Gelderland over de toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel in een zaak, waarbij een werknemer van een meubelstoffeerderij zich op het standpunt stelde dat hij schouderklachten had overgehouden aan de werkzaamheden bij zijn werkgever. Hieronder wordt besproken wat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel inhoudt en welk bewijsvoordeel die regel voor de werknemer met zich brengt.

Hoofdregel
Wanneer een werknemer schade oploopt in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij zijn werkgever, kan die schade verhaald worden op de werkgever. Daartoe dient de werknemer te stellen en (bij betwisting door de wederpartij) te bewijzen dat hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft opgelopen. De werkgever komt alleen onder vergoeding van de ontstane schade uit, indien hij aantoont dat hij heeft voldaan aan zijn (vergaande) zorgplicht of indien hij aantoont dat het letsel in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

De omkeringsregel: een vermoeden dat de werknemer tegemoet kan komen in zijn bewijslast
In het geval van een beroepsziekte kan het voor een werknemer erg moeilijk zijn om aan te tonen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Vaak speelt een beroepsziekte immers pas jaren later op. Denk bijvoorbeeld aan asbestose of mesothelioom (asbestkanker), welke tot wel 35 jaar na blootstelling aan asbest aan het licht kunnen komen. In dergelijke gevallen is het vanzelfsprekend lastiger om aan te tonen dat de schade is ontstaan in de uitoefening van de (toenmalige) werkzaamheden, dan in de gevallen waarbij een werknemer bijvoorbeeld op het werk over een gladde vloer uitglijdt, zijn been breekt en vervolgens wekenlang fysiotherapie nodig heeft.

Daarom bestaat er in het Nederlands recht de arbeidsrechtelijke omkeringsregel. Deze regel houdt in dat, wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden (1) is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en (2) de werknemer ook daadwerkelijk schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door de werknemer te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel wordt aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer dergelijke schade lijdt. De omkeringsregel behelst dus het vermoeden dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin hij zijn werkzaamheden heeft verricht.

Voor dit vermoeden is, zo bepaalde de Hoge Raad in 2013, geen plaats, in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is.

Voor een geslaagd beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel is nodig dat de werknemer:

stelt (en zo nodig bewijst) dat hij zijn werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid en
stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat hij lijdt aan gezondheidsklachten die door die arbeidsomstandigheden kunnen zijn veroorzaakt.

Het oordeel van de rechtbank Gelderland
In de bovengenoemde uitspraak van 5 juni jl. slaagde het beroep op de arbeidsrechtelijke omkeringsregel helaas niet. Ten eerste had de werknemer uit de meubelstoffeerderij daarvoor te weinig aangetoond ten aanzien van de arbeidsomstandigheden: er was te veel onduidelijkheid blijven bestaan over de (herhaalde) fysieke belasting van bepaalde werkzaamheden. Het kon dus niet vastgesteld worden of de arbeidsomstandigheden schadelijk zouden kunnen zijn geweest voor de gezondheid van de werknemer.

Daarnaast was uit zowel het onderzoek van de verzekeringsarts als uit dat van de medisch adviseur gebleken dat de werknemer in zijn vrije tijd veel schouderbelastende hobby’s uitvoerde, waaronder gitaarspelen, mondharmonica spelen, schieten met pistool en geweer, hout draaien en timmeren.

De rechtbank oordeelde dan ook dat de combinatie van de onduidelijkheid omtrent de arbeidsomstandigheden met de schouderbelastende hobby’s van de werknemer maakte dat het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onbepaald en te onzeker is. Voor toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel was dan ook geen plaats.

Bent u slachtoffer en wilt u uw schade vergoed zien?
Wilt u graag advies over dit onderwerp? Schroom dan vooral niet om contact met ons op te nemen. U kunt ons bereiken op telefoonnummer 0800 – 8033 of stuur een e-mail naar info@dehersteladvocaat.nl.